Met een grote reünie vierde het AOC Oost op 30 juni het 90-jarig bestaan.

Bron: TC Tubantia; Hans Assink

Reinier Bloemsma en Jan Pierik zijn, net als Arie Tielenburg en Frans Oude Kempers, al 40 jaar docent op de ‘groene school’. Die begon in 1927 als Landbouwschool, heette later Streekcentrum voor Tuinbouwonderwijs en is nu het AOC Oost. 
„Ze zijn aan de Minkmaatstraat begonnen”, zegt Bloemsma. Het huidige gebouw aan de Hengelosestraat werd in 2005 geopend. Bloemsma vond de oude school sfeervoller. „Knusser”, zegt Pierik.„Maar deze school is zeer functioneel. Er is veel meer ruimte voor de leerlingen.”

Het aantal leerlingen ligt in de buurt van de 800. Dat gaat omhoog, weet Pierik. „Drie jaar geleden hadden we zo’n 130 eerstejaars. Ineens ging het naar 180. De school zit vol. Ik heb er zelfs negen op de wachtlijst staan. We zoeken een locatie erbij. Dat is best lastig, omdat we praktijkruimtes moeten hebben.”
In 40 jaar tijd heeft de komst van de computer de grootste verandering teweeggebracht, zegt Bloemsma. „Vroeger moest je proefwerken handmatig nakijken, daar was je heel druk mee. Nu zie je met één druk op de knop precies wat elke leerling fout heeft gedaan, en wat de hele klas fout heeft gedaan. Het is direct inzichtelijk welk vervolgonderwijs je moet geven.”
Pierik noemt de verbreding van de school. Het onderwijs gaat niet meer alleen over land- en tuinbouw, maar ook over de verwerking van agrarische producten, over dieren en verzorging. „We hebben er veel meer meisjes bij gekregen. Vroeger moest je ze echt zoeken in de klas. Nu moet je soms de jongens zoeken.” Leerlingen zijn assertiever geworden, merken de docenten. „Mondiger”, zegt Bloemsma. „De mobieltjes doen hun werk. Als je een leerling eruit stuurt, dan heb je, nog voor je met de ogen kunt knipperen, een vader of moeder aan de telefoon die wil weten hoe het zit.”

Pierik zegt dat hij veel complimenten van ouders krijgt. „De sfeer hier is altijd goed geweest”, zegt hij. „We zijn een leerlingvriendelijke school.”

Volgens Bloemsma heeft dat ook te maken met het verzorgende karakter van het onderwijs. „We hebben hier iets ander publiek dan bijvoorbeeld in de bouw. Bij ons is het allemaal zorgen voor: voedsel, dieren, planten, de medemens. In het algemeen komen hier zorgzame mensen. Prettig om les aan te geven.”
De docenten kijken uit naar de reünie van 30 juni. Pierik: „De vorige reünie in 2005 was één van de mooiste dagen van mijn leven. Je voelt dan echt dat je gewaardeerd wordt.” Bloemsma: „Je komt leerlingen tegen die het moeilijk hadden, maar zich heel knap hebben ontwikkeld. Zo is er eentje ingenieur geworden op een tabaksplantage in Indonesië. Een ander zei op school al dat ze ontwikkelingswerk wilde doen. Ze heeft mbo en hbo gedaan en werkt nu in het ontwikkelingswerk. Het is echt heel leuk, zo’n reünie. De vorige keer waren er wel 1.000 men-sen.”

De foto's van het feest zijn te vinden op Reünie Enschede